Vragen bij scheiding

  1. De onderhoudsbijdrage voor de kinderen
  2. Onderhoudsgeld voor de ex-partner
  3. De gemeenschappelijke woning
  4. Kan ik de sloten van de woning laten vervangen?
  5. Wie gaat de hypothecaire lening verder afbetalen?
  6. Mag ik meubelen meenemen wanneer ik vertrek?
  7. En hoe zit het met de kinderen?
  8. Waar gaan de kinderen wonen?
  9. Scheidingsmelding 
  10. Scheidingsaanvaarding 
  11. Wees niet boos op je partner
  12. Marchanderen en chanteren
  13. Praat in de ik-vorm
  14. Hou de kinderen er buiten, altijd en overal
  15. Spreek respectvol over de andere ouder met je kinderen
  16. Ga voor bemiddeling
De antwoorden geven de courante rechtspraak weer. Bij bemiddeling kan je hiervan afwijken.

1. De onderhoudsbijdrage voor de kinderen.

Beide ouders zijn wettelijk verplicht tussen te komen in het onderhoud en de opvoeding van de kinderen. Hun onderlinge bijdrage bepalen ze zelf.

Maar als er geen akkoord is, zal de rechter de bijdrage van elke ouder bepalen. Die bijdrage wordt dan berekend op basis van alle samengevoegde middelen van beide ouders: alle beroepsinkomsten en alle andere inkomsten (zoals inkomsten uit onroerende goederen of sociale voordelen) die de levensstandaard van de ouders en de kinderen ondersteunen. Ook de beschikbaarheid van de ouders kan bekeken worden.
Verder wordt gekeken naar de gewone en buitengewone kosten van de kinderen, waar de kinderen verblijven en wie de kinderbijslag ontvangt. Een voorbeeld: verblijven de kinderen meer bij de moeder en ontvangt zij ook de kinderbijslag, dan beïnvloedt dit de bijdrage van de vader.

Een fiscale optimalisatie van de onderhoudsgelden kan beide ouders veel geld uitsparen. Het fiscaal voordeel van de kinderen splitsen over de beide ouders is nadelig voor beide ouders. Beter is het te bepalen dat één ouder de kinderen fiscaal ten laste neemt en de andere ouder de onderhoudsbijdrage voor de kinderen fiscaal aftrekt.

2. Onderhoudsgeld voor de ex-partner.

Scheiden kan je materiële situatie ingrijpend veranderen.
Als je niet getrouwd bent, kan je geen financiële eisen stellen aan je partner.
Als je geen gezamenlijk akkoord kan sluiten over jullie financiële situatie, kan je dat voor de rechtbank ook niet opeisen. Als de omstandigheden van de feitelijke scheiding schrijnend zijn, of als je een langdurige feitelijke relatie had, kan soms tijdelijk een onderhoudsbijdrage worden verkregen.

Natuurlijk behoudt iedere ouder de plicht bij te dragen aan de financiële lasten die de kinderen veroorzaken.
Als je getrouwd bent, heeft je echtgeno(o)t (e) de plicht je te helpen. En dat vanaf de aanvraag tot echtscheiding (vanaf de scheiding als de zaak voor de rechter komt) tot wanneer de echtscheiding is uitgesproken.

Tijdens de procedure wordt het onderhoudsgeld bepaald op basis van de levensstijl die de echtgenoten zouden gehad hebben mochten ze niet uit elkaar gegaan zijn. Beide partijen zijn nog altijd gehuwd en de bijdrage is juridisch gebaseerd op de hulp- en bijstandsplicht van art. 213 en art 221,1e lid van het B.W..
Nà de echtscheiding wordt de onderhoudsuitkering berekend op basis van de behoeften van de ex-partner. Die behoeftigheid wordt omschreven als elk beduidend financieel onevenwicht in de globale financiële situatie van de beide ex-echtgenoten.

Daarbij wordt rekening gehouden met zowel alle inkomsten en kosten als met de mogelijkheid om inkomsten te verwerven. De rechtspraak tussen 2007 en 2011 lijkt de grens van het financieel onevenwicht op € 500 per maand te leggen. Een verschil van méér dan € 500 in de globale economische positie tussen beide ex-partners wordt als een financieel onevenwicht beschouwd (Tijdschrift voor Familierecht 2011/6, 111).
Je kan - in principe - alleen een onderhoudsuitkering krijgen voor een periode die gelijk is aan de duur van het huwelijk en het bedrag mag niet groter zijn dan een derde van de inkomsten van de onderhoudsplichtige.
In geval van feitelijke samenwoning beslist de rechter over het onderhoudsgeld tussen de ex-partners.
De onderhoudsuitkering is het bedrag dat een ex-partner krijgt om in zijn/haar eigen behoeften te voorzien en is te onderscheiden van de onderhoudsbijdrage voor de kinderen.

3. Kan ik de gemeenschappelijke woning verlaten en op een andere plaats gaan wonen?

Het huwelijk en het wettelijk samenwonen beschermen de gemeenschappelijke woning maar leggen je ook verplichtingen op in verband met de schulden van de woning en de lasten van jullie gemeenschappelijk huishouden. Als je de gemeenschappelijke woning verlaat zonder tussenkomst van een rechter of zonder een gezamenlijk akkoord tussen beide partijen, dan stel je je kwetsbaar op en kan je nog aangesproken worden voor alle schulden en lasten van het gemeenschappelijk huishouden.

Als je gehuwd bent, kan het huwelijk alleen door een juridische procedure worden beëindigd. Het wettelijk samenwonen kan worden beëindigd door een simpele verklaring die je alleen of samen met je ex-partner aflegt bij het gemeentebestuur.
De partijen kunnen aan de rechter vragen om maatregelen te nemen, die voor een welbepaalde tijd gelden. Meestal gelden ze voor maximaal één jaar. Eén van de dringende maatregelen die je aan de rechter kan vragen, is om de gemeenschappelijke woning te mogen verlaten en alleen op een andere plaats te gaan wonen.

4. Kan ik de sloten van de woning laten vervangen?

Als je getrouwd bent of wettelijk samenwoont, geniet de gemeenschappelijke woning bescherming en kan je niet plots de sloten veranderen, zelfs niet wanneer je de enige eigenaar zou zijn. De rechter zal in het kader van een procedure beslissen welke partner in de gemeenschappelijke woning verder mag wonen. Zolang er geen uitspraak is van de rechter kan elke partner de gezinswoning binnengaan en zelfs de eventuele nieuwe sloten laten openbreken.

Als je niet getrouwd bent, kan je niet genieten van de bescherming van de gezinswoning en hangen je rechten af van de eigendomsakte of het huurcontract. Als je geen eigenaar bent en geen huurder, dan heb je geen enkele bescherming, zelfs al ben je gedomicilieerd op het adres van de gemeenschappelijke woning en heb je kinderen met je partner.

5. Wie gaat de hypothecaire lening verder aflossen?

Wanneer de woning gezamenlijk gekocht is, blijven beide partners verantwoordelijk voor de aflossing van het hypothecair krediet.

Vaak zal de persoon die in de woning blijft wonen de lening verder alleen afbetalen. Je kan aan de rechter vragen dat de andere partner tijdelijk tussenkomt en ook een deel van de lening afbetaalt.
De rechter kan in het raam van de procedure het genot van de woonst toewijzen aan een partner, op voorwaarde dat die de hypothecaire lening betaalt. Maar de bank is niét gebonden door de beslissing van de rechter en kan toch aan beide partners vragen dat zij de lening verder blijven betalen.

6. Mag ik meubelen meenemen wanneer ik vertrek?

Of je nu getrouwd bent, wettelijk of feitelijk samenwoont, je mag je meubelen meenemen. De meubelen die je samen met je partner bezit, moeten jullie onderling verdelen.

Wanneer je samenwoont, kan het natuurlijk moeilijk zijn om te bewijzen wat van wie is. Je kan alle rechtsmiddelen gebruiken en vooral door facturen of andere documenten bewijzen dat het eigendom van jou is. Bij je huwelijk kies je voor een huwelijksvermogenstelsel dat bepaalt wat de eigen bezittingen zijn en wat de gemeenschappelijke goederen zijn. Kleding of bezittingen die verband houden met je beroep en goederen die je geërfd hebt, mag je bijna altijd meenemen.

7. En hoe zit het met de kinderen?

Alleen de beide ouders hebben het gezamenlijk ouderlijk gezag.
‘Gezamenlijk’ betekent dat ze tot een overeenstemming moeten komen over de organisatie van de huisvesting van de kinderen en alle belangrijke beslissingen (zoals over hun gezondheid, hun opvoeding, hun studies, vrije tijd, de religieuze of filosofische oriëntatie,...).

Bij onenigheid of als een beslissing niet gezamenlijk is genomen, kan je naar de familierechter gaan die zal oordelen in het belang van het kind. Is er een dringende beslissing nodig (vb . schoolkeuze), dan kan je naar de kortgedingrechter stappen.

Zelfs wanneer een kind exclusief bij één ouder woont, behoudt de andere ouder mee het ouderlijk gezag. De ouder bij wie de kinderen wonen, overlegt gezamenlijk met de andere partner over alle maatregelen die met de kinderen te maken hebben. Die regeling geldt voor alle kinderen, of hun ouders nu getrouwd zijn of niet, en wat ook de evolutie van hun onderlinge relatie mag zijn. Het ouderlijk gezag is gebaseerd op de afstamming.
In uitzonderlijke gevallen kan de rechter het ouderlijk gezag geheel of gedeeltelijk aan één ouder toekennen.

8. Waar gaan de kinderen wonen?

De verblijfsregeling van de kinderen wordt gelijkmatig verdeeld tussen beide partners. Dat is het uitgangspunt van de gewijzigde wet van 2006. Het is de zogenaamde ‘klassieke verblijfsregeling’ waarbij de kinderen één week bij de ene ouder en de andere week bij de andere ouder wonen.
Komen de ouders niet overeen over een gelijkmatige verblijfsregeling van de kinderen dan zal de rechter oordelen en zal eerst gekeken worden of een gelijkmatige verblijfsregeling aangewezen is. Beslist de rechtbank dat de gelijkmatige verblijfsregeling niet aangewezen is, dan zal de rechter dat op een bijzondere wijze motiveren.

Bepalend in de beslissing is het belang van het kind en het belang van de ouders. Daarnaast spelen ook de leeftijd van de kinderen en de mening van het kind een rol. Vanaf 12 jaar wordt het kind uitgenodigd om hierover gehoord te worden door de rechter. Ook wanneer de ouders te ver uit elkaar wonen of niet beschikbaar zijn voor de kinderen, kan de rechter beslissen om de kinderen bij één ouder te laten wonen.
De rechter zal altijd een verblijfsregeling proberen te bereiken die de veiligheid en de stabiliteit van de kinderen ondersteunt.

Er wordt ook rekening gehouden met de al bestaande verblijfsregeling. Verloopt die vlot en zonder noemenswaardige problemen dan zal de rechtbank niet geneigd zijn daar verandering in te brengen.

9. Scheidingsmelding

Uit onderzoek is gebleken dat een echtscheiding een vechtscheiding kan worden wanneer er geen goede scheidingsmelding is gebeurd.

Zeg tegen je partner dat je wil scheiden. Wees duidelijk en gebruik het woord ‘scheiden’.

Zeggen dat je ‘het even niet meer ziet zitten’ of ‘er de stekker wil uittrekken’? Dat is niet helder genoeg. Zorg ervoor dat je partner je boodschap effectief ontvangt. Vermijd dus onduidelijkheid en ga een heldere verwoording niet uit de weg. Geef de andere partner de ruimte om te reageren en ga het gesprek niet uit de weg. 

10. Scheidingsaanvaarding

Je hebt duidelijk gemaakt dat je wil scheiden. Wat nu?

Geef je partner de tijd om je beslissing te aanvaarden. Misschien loop jij al een poos rond met het idee dat je wil scheiden. Maar misschien is dat voor de andere partij nog altijd een verrassing. Laat je beslissing dus doorsijpelen. Gun je partner de tijd om alles op een rijtje te zetten. Zorg ervoor dat hij/zij de mentale bocht kan maken.

Hou er rekening mee dat tussen de scheidingsmelding en de scheidingsaanvaarding enige tijd verloopt.

Als je dat niét doet, dan gaat je partner zich verzetten. Altijd. Een bemiddeling kan pas slagen als beide partners aanvaarden dat de relatie over is.

11. Wees niet boos op je partner

‘It takes two to tango.’ Scheiden doe je met twee. Ongetwijfeld verwijt je je partner veel. Dat is normaal als je wil scheiden. Maar je partner zal ook jou veel verwijten. Boosheid is zeker wederzijds, maar ze helpt je geen meter vooruit. Want die boosheid is alleen van jezelf. Ze kan je blik vertroebelen zodat het moeilijker wordt om een goede regeling uit te werken. Dankzij de bemiddelaar leer je om je boosheid een plaats te geven.

12 . Let op voor chanteren en marchanderen

Een onverwachte scheidingsmelding kan hard aankomen bij je partner. Dat kan tot een emotionele tsunami leiden: boosheid, woede, verdriet, angst, onzekerheid, ... Het is een hele klus om die emoties te kanaliseren.

Verwacht je maar aan onverwachte reacties van je partner.

- ‘Als je het huis verlaat, zorg ik ervoor dat je de kinderen niet meer ziet.’ (chanteren)

- ‘Ik ga voor een week-weekregeling voor de kinderen, zodat ik je geen onderhoudsgeld moet betalen.’ (marchanderen)

Bouw deze periode in bij een scheiding. Aanvaard dat emoties het goede én het kwade in elke mens aanwakkeren. Daarom is het belangrijk om je tijd te nemen zodat je dit kan ontmoeten én ondergaan.

13. Praat in de ik-vorm

Misschien nog de moeilijkste tip: praat in de ik-vorm. Hoor jezelf eens in een gesprek met je partner. Meestal verwijt je je partner en spreek je nog enkel verwijtend, zie je alleen nog de tekorten van de andere. Wees eerlijk: het glas is half vol of half leeg, afhankelijk van hoe je ernaar kijkt. En dat beslis jij zelf, in volle onafhankelijkheid.

Besef dat als voor jou het glas half vol is, dat het voor hem/haar half leeg kan zijn. Verwijten maken is dan niet zinvol. Spreek beter vanuit jezelf en hoe je het zelf ervaart. Dat kan de andere dan niet tegenspreken.

Bijvoorbeeld: ‘Ik stel vast dat je de auto niet in de garage hebt gezet en ik vind dit niet leuk.’

14. Hou de kinderen er buiten, altijd en overal

De kinderen hebben niet gekozen voor een scheiding maar ondergaan die wel. Ze zijn loyaal aan beide ouders en zien mama en papa even graag. Hen proberen in je kamp te trekken, is absoluut ‘not done’.  Je belast de kinderen met de scheiding. Ze gaan er letterlijk onder gebukt. Ze hebben het zo al moeilijk genoeg en zoeken naar de oorzaak van de scheiding bij zichzelf, afhankelijk van de leeftijd.

Probeer hen er daarom buiten te houden, want anders beschadig je hen onherroepelijk. Als ouder sta je boven de kinderen. In alle omstandigheden, ook bij scheiding.

Wanneer ouders, ook in moeilijke momenten, beslissingen nemen voor de kinderen, dan gaan ze die aanvaarden. Maar als ouders dat niet doen, dan nemen de kinderen het over en stellen ze zich boven de ouders. Onthoud: wanneer ouders lijden, leiden de kinderen.

15 . Spreek respectvol over je partner met je kinderen

De kinderen trekken naar de ouder die zich het minst negatief uitspreekt over de andere ouder.

Slecht praten over de partner bij de kinderen zorgt niet voor veiligheid: de kinderen kunnen geen kant op en worden gedwongen om te kiezen. Ze springen dan naar de ouder waarvan ze op dat ogenblik het meest afhankelijk zijn. Maar dat zegt niets over de liefde van de kinderen voor de andere ouder. Vermijd te allen prijze dat de kinderen in zo’n perverse tweespalt belanden.

16. Ga voor bemiddeling

Als je minstens de helft van deze tips juist vindt, dan kan je met je partner voor scheidingsbemiddeling kiezen.

Lees bij " scheidingsbemiddeling" verder hoe je het aanpakt en wat de bemiddelaar voor jou kan betekenen.