KRIJG IK MIJN EIGEN CENTEN TERUG?

04-02-2018
Deel dit artikel:

Krijg ik mijn eigen geld terug na feitelijk samenwonen?

Een vrouw vraagt op het einde van een drie jaar feitelijke relatie de terugbetaling van een cheque van 120.000 EUR die zij op de rekening van haar partner gestort heeft. De man heeft deze gelden gebruikt voor werken aan de woning, die zijn eigendom is. Na het einde van de feitelijke relatie verlaat mevrouw de woning en vraagt haar geld terug. De man erkent dat er 120.000 EUR is gestort op zijn rekening.

Meneer weigert dit bedrag terug te betalen en beweert dat er tussen hen geen overeenkomst bestaat die hem verplicht om dit geld terug te storten.

Hij zegt dat zijn ex-partner “met volle kennis van zaken en vrijwillig” de som heeft gestort op zijn rekening.
In eerste instantie krijgt de man gelijk. De vrouw heeft een fout gemaakt door geen geschrift op te stellen, of had duidelijke afspraken moeten maken omtrent de transactie. Het is niet aan de rechter om deze nalatigheid van de vrouw te herstellen omdat de vrouw deze transactie zelf gewild heeft. Feitelijk samenwoners lopen meer risico’s maar hebben bewust voor deze samenlevingsvorm gekozen.

De vrouw gaat echter verder en tekent cassatieberoep aan. Met succes.

Het is niet omdat er geen bewijs is van een overeenkomst tussen de partners dat zij haar aanspraken niet hard kan maken. Zij beroept zich op de figuur van de verrijking zonder oorzaak: als er een verband tussen het verarmde vermogen van de vrouw ( - 120.000 EUR) en het verrijkte vermogen van de man ( verbouwingswerken woning) ontstaat er een grondslag tot vergoeding ook al is er geen geschreven bewijs van de transactie tussen de partners.

Met scheidingsbemiddeling benaderen we deze situatie op een totaal andere manier en kijken we naar de achterliggende redenen waarom de man dit niet wil terugbetalen. Hij zal daar waarschijnlijk wel een goede reden voor hebben, net zoals de vrouw een goede reden heeft om dit terug te vragen. Kies resoluut voor wouterdecanck.be of bel naar 09/366.46.50.
( Hof van Cassatie, 9 juni 2017, T.Fam 2017/10, 169).